\Een tuin zonder vogels kan niet. Vogels in de tuin maken de tuin levendig en vogels zelf kunnen in de tuin op zoek naar voedsel. In de lente en de zomer kunnen vogels heel goed zelf hun voedsel vinden, maar in de herfst en de winter kan het geen kwaad om de vogels te helpen. Hiervoor kun je op één of meerdere plekken voederplaatsen in de tuin aanleggen. Dit kan eenvoudigweg door voedsel op de grond te strooien, maar je kunt ook een vogelhuisje of een voederplank in de tuin installeren. Hierbij enkele vogels voeren tips, hoe je vogels het beste kunt helpen met voederplaatsen in de tuin en wat je juist niet moet doen.

Een vogelhuisje of voederplank?

Eigenlijk maakt het niet zo heel veel uit of je kiest voor een vogelhuisje of een voederplank als voederplaatsen in de tuin. Een vogelhuis is voorzien van een dak. Dit heeft als voordeel dat bij slecht weer het voedsel niet nat wordt en beschermd is tegen een pak sneeuw. Een voederplank is open en daardoor weer veel gemakkelijker toegankelijk voor alle soorten vogels. Een voederplank moet wel voorzien zijn van een opstaande rand, zodat het voedsel er ook op blijft liggen. Wel moeten er inkepingen in de opstaande rand zitten om regenwater af te voeren. Vogelhuisjes en voederplanken moeten minimaal een hoogte hebben van 1,50 meter om te voorkomen dat katten erin klimmen.

Water

Vogels voeren tips zijn belangrijk, maar het belang van water in de tuin mag ook niet onderschat worden. Water zal zeker vogels aantrekken. Gebruik hiervoor een niet al te diepe schaal zodat vogels er ook bij kunnen. In winter is het verstandig om een schepje suiker aan het water toe te voegen om te voorkomen dat het water bevriest. Zomers zal water niet alleen als drinkbakje dienst doen, maar ook als een vogelbadje. Ververs het water daarom zeer regelmatig en gebruik geen chemische schoonmaakmiddelen om de schaal schoon te maken.

Welk voedsel?

Vogels kunnen per seizoen behoefte hebben aan een ander voedselpatroon. Daar kun je op inspelen. Sowieso kun je het gehele jaar broodkruimels en stukjes fruit op de voederplaatsen in de tuin leggen. Zomers kunnen vogels prima voedsel voor zichzelf vinden in de natuur. Je helpt de vogels dan vooral met de keuze voor bloeiende bloemen en planten die insecten aantrekken en het regelmatig besproeien van het gazon om regenwormen aan te trekken. In de herfst en de winter hebben vogels behoefte aan vetrijk voedsel. Voorzie de voederplekken in de tuin dan rijkelijk van vetbollen, pindakaas en pindaslingers. In de lente als de eieren uitkomen is er meer behoefte aan kalkrijk voedsel. Hiervoor kun je gestampte eierschalen door je strooivoer doen.

Wat moet je juist niet doen?

Zout is slecht voor vogels, dus geeft geen voedsel met een hoog zoutgehalte. Het zout wat in broodkruimels zit is al voldoende voor vogels. Wil je in de winter fruit geven, snijd het fruit dan niet in stukjes. Het bevriest dan gemakkelijk. Beter is het dan om bijvoorbeeld een hele appel op de voederplekken te leggen. Strooi ook niet teveel voedsel, want een teveel aan voedsel kan ongedierte aantrekken.